0316-532256
VCMi VCMiA

Voor geotechnisch bodemonderzoek gelden andere eisen aan een boorbeschrijving en aan de bemonstering als bij een milieuhygiënisch bodemonderzoek.

Ten aanzien van een boorbeschrijving kunnen we deze conform de NEN 15688-1 beschrijven. dit is van belang wanneer de gegevens in de BRO (Basis Registratie Ondergrond) opgenomen dienen te worden. We leveren de boorbeschrijvingen aan in het juiste, gevraagde bestandstype.

Naast de beschrijvingen met betrekking tot de textuur en grondwaterstand zijn onze medewerkers ook in staat om, een inschatting van de k-waarde (doorlatendheid van de grond), indien waarneembaar de GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) en de GLG (gemiddelde laagste grondwaterstand) op te nemen in de boorbeschrijving

Naast de beschrijving van het boorprofiel dienen er vaak ook monsters genomen te worden. dit kan, afhankelijk van het doel van de monstername, op verschillende manieren:

- het steken van ongeroerde VG-ringen (volumegewicht)

- het steken van ongeroerde “Ackerman” bussen

- het nemen van zandmonsters (bijvoorbeeld ten behoeve van korrelgrootteverdeling).

van de meetpunten worden de x-, en y-coördinaten vastgelegd, en waar nodig de NAP-hoogte.

Neem contact met ons op